|
De Engelse Cocker Spaniel maakt de indruk van een ijverige en krachtig
jachthondje. Zijn lichaam is uitgebalanceerd en compact. De afstand van de
schoft tot de grond moet gelijk zijn aan de afstand van de schoft tot aan de
staartaanzet. De schedel is goed ontwikkeld, duidelijk gebeiteld, noch te fijn
noch te grof. De vacht van de Engelse Cocker Spaniel is glad en
aanliggend, zijdeachtig en niet gegolfd; de bevedering is niet zo overvloedig.
De Engelse Cocker
Spaniel is een van de meest geliefde honden van de hondenliefhebbers.
Hij heeft het in de stad net zo goed naar zijn zin als op het platteland.
Het vrolijke karakter van de Cocker is een van zijn beste eigenschappen. Het
is een intelligent maar zacht geaard ras en men moet hem met geduld en
begrip behandelen. Als gezelschap is een geen tweede, terwijl zijn grootte
hem geschikt maakt voor elke omgeving. De Cocker is enorm aanhankelijk en
feitelijk is hij de beste vriend die men zich
kan wensen.
Kleur : eenkleurig zwart of rood; zwart met roodbruine aftekening of zwart-wit,
oranjewit, zwart-wit met bruin (tricolor) alsmede oranjebruin- en
zwartschimmels.
Beweeglijk, levendig, intelligent, waaks, mild en opgewekt en een beetje
eigenwijs.
- Hoofd: goed ontwikkelde, besneden voorsnuit,
duidelijke stop, schedel is fijn belijnd, wangen zijn vlak en droog
- Ogen: hazelnootbruin, in harmonie met kleur en
vacht.
- Oren: laag aangezet en lang, niet verder reiken
dan neuspunt, bekleed met lang haar, zijdeachtig maar niet in plukken.
- Staart: bij voorkeur in het verlengde van de ruglijn gedragen of iets daaronder. Dat
"iets" mag echt niet veel zijn omdat dit al snel wijst op een timide
temperament, hetgeen hoogst ongewenst is. Wanneer hond aan het werk
is, met de staart onafgebroken in beweging zijn.
- Vacht: recht, zijdeachtig, lang
behang op oren,
borst en franje aan de achterkant van de extremiteiten.
- Schouderhoogte: ca. 40 cm.
- Speels.
Kleur vele variaties:
- Eenkleurig zwart.
- Leverbruin.
- Rood of goud of ook wit als grondkleur met
aftekening in grote of kleine mate in ieder van de bovengenoemde kleuren.
- In witte
grondkleur ontstaan dikwijls haren van
de kleur der aftekening, hetgeen men schimmel noemt: Engelsen "roan".
- Bij de wit -en - zwarte geeft dat de
indruk van blauw.
- Blue
roan.
- Lemon
roan.
- Orange
roan.
-
Liver
roan.
Bij de eenkleurige is een witte vlek op
borst toegestaan.
De jachthond.
De Engelse Cocker Spaniel is de kleinste van alle spaniel rassen. Door zijn
fraaie uiterlijk en handzaam formaat is ie ook erg geliefd als huishond en
daarom door de fok op schoonheid helaas niet meer geselecteerd op de
jachteigenschappen.
De Engelse Cocker Spaniel
is een jachthond en heeft zijn natuurlijke instinct voor het jagen en
apporteren nooit verloren. De Cocker spaniël is
geschikt om zowel op haarwild als op veerwild te jagen, maar zijn
specialiteit is de jacht op konijnen. Door zijn grondige zoekwijze zal hij
ook het meest vastzittende wild vinden en tot springen dwingen. Een
Cocker
is geschikt om te apporteren, mits het wild niet te groot is zoals
bijvoorbeeld een haas. De Cocker komt in vrijwel alle kleuren voor, maar
voor de jacht verdient een Cocker met veel wit de voorkeur. Dit verband
houdend met de veiligheid. In ons land komt steeds meer vraag naar werkende
Cockers. Tegenwoordig zijn de mogelijkheden om in het veld
te kunnen werken zeer beperkt Maar nog steeds zijn er mogelijkheden om de Cocker voor het
veldwerk
te trainen. Dit kan via de rasvereniging of via de KNJV.
Het is prachtig deze kleine jachthond in het veld aan het werk te zien met zijn altijd kwispelende staart.
Op de
tentoonstelling.
De Engelse Cocker Spaniels
hebben, in de meeste landen, een behoorlijk aantal inschrijvingen op
hondententoonstellingen. Als er zoveel honden op een tentoonstelling zijn
valt het niet mee om te winnen in een dergelijk zware competitie. Voor
degenen onder u die van de spanning van dit soort competities houdt, is de
Cocker Spaniel het geschikte ras.
Huishond en
gezelschap.
De meeste
Engels Cockers Spaniel brengen hun leven als huishond door. Door hun
middelmatige grootte zijn ze, door de meeste mensen, gemakkelijk onder
controle te houden. De Cocker heeft prima karakter en zou het liefst de
gehele dag bij u zijn. Het is geen hond om langere tijd en vaak alleen te
laten. Indien u de hele dag moet werken raad ik u geen Cocker aan. Persoonlijk
vindt ik de eenkleurige wat feller van karakter en eerlijk gezegd niet zo
geschikt bij mensen die nog geen ervaring met honden hebben en niet en
consequent genoeg zijn. De meerkleurige zijn zijn rustiger en minder
dominant en dus makkelijker in de opvoeding.
Verzorging.
De Cocker
heeft een prachtig, aantrekkelijk hoofd met lange bevederde oren en de
meeste mensen kunnen zijn aantrekkingskracht niet weerstaan. Als de Cocker volwassen is, moet hij/zij regelmatig geborsteld
en gekamd worden. Tevens dient hij regelmatig getrimd te worden dus ga naar een ervaren trimmer die
de Cocker plukt en goed in model brengt.
Goede eigenschappen:
- vrolijk
- uitgesproken persoonlijkheid
- tamelijk flexibel als hij aan discipline gewend is
- aanhankelijk
- intelligent
- bijzonder trouw
- speels
Slechte eigenschappen:
- koppig
- lichtgeraakt
- soms ongedisciplineerd
Rasspecifieke ziekten.
PRA (progresieve retina atrofie)
PRA is een degeneratie van het netvlies en het altijd tot blindheid.
Verantwoorde fokkers zullen hun ouderhonden er jaarlijks op laten controleren.
Cataract (grauwe staar)
Veroorzaakt vertroebeling van het netvlies. De hond kan er (meestal wel) blind
van worden.
Dit wordt jaarlijks samen met PRA gecontroleerd.
HD (heupdysplasie)
Heupdysplasie is een afwijking van de heupgewrichten, waarbij de
kom van het heupgewricht de kop van het bovenbeen onvoldoende omsluit, een zeer
pijnlijke aandoening.
|